Tienden

Leviticus 27:30 Alle tienden van het land, zowel van het zaaigoed van het land als van de vruchten aan de bomen, zijn voor de HEERE bestemd. Ze zijn heilig voor de HEERE.

Opbrengst van het land

Leviticus 27:32
En alle tienden van runderen en kleinvee, van alles wat bij de telling onder de staf doorgaat, het tiende is heilig voor de HEERE.

Opbrengst van het vee. Let wel, bij bijvoorbeeld 17 schapen bleef het er 1 en bij 20 pas 2 stuks

2 Kronieken 31:5
Toen dat woord zich verspreidde, brachten de Israëlieten veel eerstelingen van koren, nieuwe wijn, olie, honing en van heel de opbrengst van het veld, en zij brachten de tienden van alles in overvloed.

2 Kronieken 31:12
en brachten daarin trouw het hefoffer, de tienden en de geheiligde gaven. Daarover ging Chonanja, de Leviet, een leider, en als tweede zijn broer Simeï.

Amos 4:3
Kom naar Bethel en zondig,
naar Gilgal om veel te zondigen.
Breng ’s morgens uw offers,
op elke derde dag uw tienden.

Elke derde dag?

Maleachi 3:8
Zou een mens God beroven?
Werkelijk, u berooft Mij!
En dan zegt u: Waarvan beroven wij U?
Van de tienden en het hefoffer!

God vraagt de tienden van ons.

Mattheüs 23:23
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.

Men moet dus niet nalaten de tienden te geven zegt Mattheüs hier.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.