God van nature kennen

Romeinen 1:18-20
Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken, omdat wat van God gekend kan worden, hun bekend is. God Zelf heeft het hun immers geopenbaard.
Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn Goddelijkheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn.

God heeft Zichzelf geopenbaard door de schepping heen, er is geen ontkennen aan Hem. Een ieder zou God dus moeten kennen.

Romeinen 2:12-13

Want zij die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan, en zij die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden.
Niet de hoorders van de wet zijn immers rechtvaardig voor God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden.

Het gevold van de wet te kennen is bewustzijn van zonde, want zonder de wet is de zonde dood

Romeinen 2:14-15

Want wanneer heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet zegt, zijn zij, hoewel zij de wet niet hebben, zichzelf tot wet.
Zij tonen dat het werk van de wet geschreven is in hun hart. Daar getuigt ook hun geweten van, en hun gedachten onderling beschuldigen of ook verontschuldigen elkaar.

Heidenen die de wet niet kennen zijn zichzelf tot wet, wat mijns inziens betekend dat een ieder weet uit zichzelf wat goed en wat kwaad is. van nature hebben wij een geweten dat ons aanklaagt en zijn we bewust van zonde.

Romeinen 3:28
Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken van de wet.

Het geloof in onze HEERE is wat ons rechtvaardigd voor God, niet het houden aan de wet, want dat kunnen we onvolkomen.

Romeinen 3:31
Doen wij dan door het geloof de wet teniet? Volstrekt niet, maar wij bevestigen de wet.

Maar dat betekend dus niet dat we de wet maar overboord gooien, de wet is door God gegeven en is nog altijd van kracht.

Rom 13:10
De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.

De 10 woorden

Naar Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5:6-21

Ik ben de Heere Uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.

  1. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
  2. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
  3. Gij zult den Naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.
  4. Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des Heeren uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; Want in zes dagen heeft de Heere den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de Heere den sabbatdag, en heiligde denzelven.
  5. Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere uw God geeft.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

En wees eens eerlijk, diep in je hart weet je dat deze woorden waar zijn.

Jeremia 31:33
Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.