Geen besnijdenis voor de gojim

Romeinen 2:26
Als dan een onbesnedene de verordeningen van de wet in acht neemt, zal zijn onbesneden zijn dan niet tot besnijdenis gerekend worden?

Ik ben van mening dat er geen mannen besneden hoeven te worden wanneer zij tot geloof komen omdat het om de besnijdenis van het hart gaat. Om het op de wettelijke 8e dag te doen was al niet meer mogelijk.

Kolossenzen 2:11
In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus.

Kolossenzen 2:12 U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.

Kolossenzen 2:13 En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven,…

Wanneer je hier de besnijdenis als een werk van de wet bestempeld, betekend dit ook dat de besnijdenis niet iets is wat je rechtvaardiging door Christus in de weg staat.

Romeinen 3:28
Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken van de wet.

Romeinen 4:8-11
welzalig is de man aan wie de Heere de zonde niet toerekent. Geldt deze zaligspreking nu alleen voor besneden mensen of ook voor onbesneden mensen? Wij zeggen immers dat aan Abraham het geloof gerekend is tot gerechtigheid. Hoe is het hem dan toegerekend? Toen hij besneden was of als een onbesnedene? Niet als besnedene, maar als onbesnedene! En hij heeft het teken van de besnijdenis ontvangen als een zegel van de gerechtigheid van het geloof dat hij had toen hij nog onbesneden was, opdat hij een vader zou zijn van allen die geloven, hoewel zij onbesneden zijn, opdat ook hun de gerechtigheid toegerekend zou worden;

Ach ik zou zeggen, lees gewoon heel Romeinen 4 en Handelingen 15 waar de Heilige Geest (vs 28)bij monde van Petrus zegt dat wij niet lastig gevallen mogen worden met de besnijdenis.

Handelingen 15:5
Maar, zeiden zij, er zijn er enigen opgestaan onder de aanhangers van de sekte van de Farizeeën die gelovig zijn geworden, die zeggen dat men hen moet besnijden en moet gebieden de wet van Mozes in acht te nemen.


Handelingen 15:24
Wij hebben gehoord dat sommigen die bij ons vandaan zijn gekomen, u met woorden in verwarring hebben gebracht en uw zielen hebben verontrust door te zeggen dat u besneden moet worden en de wet moet onderhouden. Wij hadden hun daar geen opdracht toe gegeven.

Handelingen 15: 28
Want het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht u verder geen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen: dat u zich onthoudt van afgodenoffers, van bloed, van het verstikte en van hoererij. Als u zich ver van deze dingen houdt, zult u juist handelen. Vaarwel.

Galaten 2:21
Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.

Tot slot nog stof tot nadenken:

Hebreeën 7:11-12
Als dan door het Levitische priesterschap de volmaaktheid bereikt had kunnen worden – want onder dit priesterschap had het volk de wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig dat er een andere Priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, Eén van Wie niet gezegd kan worden dat Hij naar de ordening van Aäron was?
Als het priesterschap verandert, vindt er immers ook noodzakelijkerwijs een verandering van de wet plaats.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.